< Primaire takken

De oudste en eerste takken aan een boom noemen we de primaire takken. Deze takken zijn als eerste ontstaan en horen dan ook de dikste takken te zijn in de verschillende zones in een boom. De dikste takken zullen de takken onder in de boom zijn. Naar mate de takken die aan de stam ontspruiten hoger in de boom zitten moet ook de dikte in verhouding met de takken eronder afnemen.

De eerste primaire tak die in de boom begint hoort bij de meeste stijlen op ongeveer 1/3 van de stamhoogte te staan. De daaropvolgende takken horen daarboven op de juiste plaatsen op de stam te staan waarbij de onderlinge afstand evenredig afneemt. Het meest perfect staan de takken als deze de fibonacci reeks benaderen( 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21). Uiteraard volg je deze reeks in de boom van boven naar beneden. De ideale afstand tussen de takken is wanneer deze bovengenoemde reeks benaderen.

Tak verdeling

De stand waarbij deze takken uit de boom ontspringen hoort overeenkomstig de stijl van de boom te zijn. Ook moeten ze het verhaal van de boom ondersteunen. Wanneer je wel eens aandachtig naar een oude eik of beuk hebt gekeken dan heb je gezien dat de onderste takken welhaast recht op de stam staan en door het grote gewicht afhangen. Als we hoger in de boom kijken zien we takken steeds meer opgericht van de stam staan. In de top staan er vaak zelfs een of meerder takken vrij recht op.

We waarderen geen takken die evenwijdig aan de stam ontstaan en vervolgens met een boog naar beneden staan. Dit geeft een onrealistisch beeld van een oude boom en zal er in de regel gekunsteld uitzien. Deze takken kunnen er ook voor zorgen dat er in de toekomst een ander probleem in de boom zal ontstaan: omgekeerde tapsheid in de stam is niet zelden ontstaan door een takkenkerans welke op een zelfde hoogte aan de boom groeit. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: een windgestriemde boom zal immers een andere takkenstructuur moeten hebben dan een oud moyogi.

Tak verdeling bij een azalea

De schors op de primaire takken zal dezelfde kenmerken moeten hebben als de schors die de stam laat zien. Takken die in het verleden slecht zijn geënt geven de boom geen meerwaarde. Ook takken die op een “verkeerde” plaats aan de stam zitten willen we niet zien. Veelal zijn takken die in een binnenbocht van de stam staan uit den bozen. Takken horen de stam niet te kruisen. Bij de meeste bonsaivormen mogen de takken het zicht op de stamlijn niet te belemmeren. Zeker niet onderin de boom. Dit is natuurlijk sterk afhankelijk van de soort boom, zijn voorstelling, en opbouw.

Een voorstelling van een solitaire boom in een vrij landschap welke rondom een volledige belichting krijgt zal anders zijn dan van een boom die eenzijdig tegen een rotswand groeit. In het ene geval zal de boom rondom een begroeiing laten zien waar de andere boom eenzijdig weinig takken zal hebben. De groeirichting van de takken zal ook altijd naar de kant zijn waar de boom het meeste licht ontvangt gedurende de dag. Primaire takken lopen bijvoorkeur taps toe en gaan over in secundaire takken.