< De stijlen in bonsai

Rechtopgaande stam (Chokkan) 

Enkele kaarsrechte stam taps toelopend naar boven.

Wortels mooi rondom stam staande.

Gesteltakken spiraalvorming rond stam.

Chokkan


Hellende stam (Shakkan) 

Rechte of gebogen stam die méér dan 30° naar links of rechts overhelt. 

Wortels zullen aan trekkant korter aan de andere kant meer gedrongen zijn. 

Takken zorgvuldig geplaatst zullen voor evenwicht moeten zorgen.

Shakan


Cascade (Kengai) 

De hoofdstam valt gelijk met of onder de potrand. 

Met of zonder top boven hangend de hoofdstam. 

De pot is zeer hoog om een visueel evenwicht te bekomen.

Kengai


De Windgestriemde stijl (Funkinagashi) 

Stam en takken hellen allen langs één zijde, alsof de wind ze steeds in die richting heeft gedwongen. 

Meestal zitten er maar aan één zijde takken. 

Stam kan rechtop, hellend, gebogen zijn.

Fukinagashi


Drijfhoutstijl (Sharamiki) 

Ook driftwood genoemd. De stam en gesteltakken vertonen veel dood en verweerd hout. 

Verder alle stijlen behalve bezem. Vaak toegepast op Juniperus.

 

Sharamiki


Dubbelstam (Sokan) 

De boom heeft twee ongelijke stammen die uit éénzelfde wortel- en stambasis vertrekken. 

Alle stijlen, loofbomen en coniferen.

 

Sokan


Vlotstijl (Ikadabuki) 

Omgevallen boom waarvan de overblijvende takken nieuwe stammen gaan vormen, terwijl de liggende hoofdstam wortels vormt. 

Op die manier ontwikkeld zich een bosje op één stam. Mooi met coniferen, maar ook met loofbomen.

Lage schalen. Er is nog een variatie op deze stijl: de onderstam kan recht of gebogen zijn;

de takken die stammetjes gaan vormen zitten weliswaar nog aan de hoofdstam, 

maar gaan eerst zelf een eind verder in de aarde zodat meer de illusie van een bosje ontstaat.

Ikada Buki


Bloot gespoelde wortels (Neagari) 

De boom staat als het ware op zijn wortels waaronder de aarde door erosie is weggespoeld.

 

Neagari


Wortels over rots (Seki-joju) 

Hier grijpen de wortels over de rots en groeien verder in de aarde van de schaal.

 

Seki-joju

Gebogen opgaande stam (Moyogi) 

De stam is gebogen en gaat in kleiner wordende bochten naar boven. 

Top moet samenvallen met midden van de onderkant van de stam.

Wortels waaierend rondom de stam. Takken als voor chokkan, gebogen.

Moyogi


Halfcascade (Han-kengai) 

Overhangende boom tot 50° helling.

Top mag niet onder potrand hangen. 

Kan top boven hangende tak hebben of niet. De pot is hoger dan normaal.

 

 

 

Han-Kengai


Bezemstijl (Hokidachi) 

Is eigenlijk een rechtopgaande stam. 

De kroon vertoont echter een typische bezemvorm daar de gesteltakken 

uit ongeveer hetzelfde punt vertrekken. Lage potten.

Hokidachi


Literatistijl (Bunjingi)

Deze stijl is ontleend aan de oude Chinese en Japanse tekeningen. 

De stam is lang, slank en elegant, er zijn maar een paar gesteltakken. 

De loofpartijen zijn met zeer veel zorg gekozen. Zeer abstract en kunstvol. Lage schalen, dikwijls rond.

Bunjingi


Holle of gespleten stam (Sharimiki)

De stam is heel of gedeeltelijk hol of gespleten. Ook bij loofbomen toegepast.

 

 

Sharimiki


Tweestam (Soju) 

Twee afzonderlijke en ongelijke bomen die één kompositie vormen. 

De bomen mogen nooit op gelijke lijn opgepot staan. Alle stijlen.

Alle soorten bomen. Beide voorgaande stijlen kunnen ook met drie bomen worden gecreëerd. 

Soju


Meerstam (Kabudachi) 

Vele stammen ontspringen aan één wortel- en stambasis.

Alle stammen moeten verschillend van dikte en hoogte zijn. Struikvorm. 

Alle soorten bomen en stijlen.

Kabudachi


Rotsbeplanting (Ishi-Seki)

Bomen worden op een rots geplant, de rots staat in een schaal met water. 

De schaal is hier uitzonderlijk binnenin wel geglazuurd en is laag. 

Zeer geschikt zijn coniferen.

Ishituki


Groepsbeplanting of bos (Yose-ue)

Meerdere bomen samen geplant die de illusie geven van een bos.

Alle soorten, alle stijlen. 

Lage schalen.

Yose-ue