< De ontwikkeling van bonsai

Yuji Yoshimura (1921-1977) heeft een uitstekende historische overzicht van de bonsai ontwikkelingen. Volgens hem was de geboorte van de klassieke (Japanse) stijl begonnen ergens in de jaren 1600. Hij maakt een onderscheid tussen een vroege -, middel -, en late periode. De eerste eindigde rondom 1800, en de laatste begon rondom 1950 (tot nu toe). In deze laatste periode vond hij dat de bonsai ontwikkeling nieuwe hoogtes heeft bereikt. Verder zag de Japanner de meeste bonsai die buiten Japan waren getraind als buiten de klassieke stijl gelegen. Hij noemt deze stijlen of neoklassiek, of contemporain.

Dhr. Yuji Yoshimura

In de vroege klassieke stijlen waren geaccepteerd: de formele en informele opgaande vormen, hellende vormen, cascade, enkel en meerdere stammen, groep beplanting, en op rots geplante boompjes. In de 19e eeuw werd de literatie vorm geïntroduceerd in Japan, en het was pas in de 20ste eeuw dat de bezem vorm ontwikkeld werd.

Yoshimura definieert bonsai in neoklassieke stijl als volgt: dit zijn bonsai die ontwikkeld zijn volgens de Japanse esthetiek en de basis van klassieke bonsai, maar verder zijn gegaan buiten de kaders van klassieke bonsai in het verleden, en wordt gecreëerd door of via de subjectiviteit van een individu. De klassieke stijl is en wordt herhaald in het Westen sinds enkele tientallen jaren. Niets was er aan toegevoegd. De vormen worden vaak een cliché. De klassieke regels, die bedoeld waren als richtlijnen, werden te vaak blindelings gevolgd, en zelfs verkeerd begrepen. Het werd bijvoorbeeld algemeen geaccepteerd om loofbomen te vormen net als of ze naaldbomen waren. 

Dit in tegenstelling tot wat in Japan wordt gedaan. De bomen die uit Japan zijn geëxporteerd bijvoorbeeld, worden doorgaans getraind in een standaard stereotypische stijl, omdat het goedkoper is, en de Westerse klanten willen dat ze zo er uit zien. Nog een verschil: naaldbomen worden in het Westen getraind met conische kronen, wat soms niet verkeerd is, maar in Japan hebben de meeste goede klassieke naalbomen bonsai ronde kronen.

Dus de term neoklassiek is vaak gebruikt in een denigrerende toon; dat betekent dat de bonsai gestandaardiseerd is tot een eenheidsworst.

Er is een nieuwe tendens in Japan om loofbomen in krappe potten te planten. Vooral esdoorns met extreem dikke stammen worden in ondiepe potten neergezet. Voeg daar bij extreem dik ontwikkelde en wijdspreidende wortelvoet toe, dan ontstaat de zgn. sumo stijl. Het beoogde doel is natuurlijk enorme stoerheid en krachtige uitstraling. De vraag is nu of dit toegerekend kan worden tot neo-klassiek (met de denigrerende toon) of laat-klassiek (met een hoogwaarderende toon).

NOBUKICHL KOIDE, SABURO KATO en KAZUYA MORITA, grote namen in Bonsai. Foto NBF

De term contemporain in bonsai was geïntroduceerd door Yuji Yoshimura. Hij gebruikte deze aanduiding om onderscheid te kunnen maken tussen de klassieke, de neoklassieke, en de nieuwste stijl die niet in één van beide stijlen past. Het is hierbij belangrijk om te weten dat deze drie stijlen niet elkaar opvolg(d)en in de tijd. Je kunt niet zeggen dat er eerst een klassieke, daarna neoklassieke en nu contemporaine bonsai zijn. Verder is het binnen de contemporaine stijl waarschijnlijk nog onderverdeling nodig is; er is dus niet één contemporaine stijl maar meerdere. Het is wel zo dat, omdat Yuji Yoshimura degene was die de term contemporain voor het eerst gebruikte, uitgesloten dat deze stijl eerder dan de 19e eeuw aanwezig was.

De contemporaine stijl kan ook moderne stijl worden genoemd. Een voorbeeld is Kimura. Ernie Kuo, een andere bekende bonsaiïst, zei dat Kimura werkt op basis van de klassieke school, alleen met moderne technieken. Kimura zelf zei: “In de toekomst, moet bonsai kunst worden getoond in een nieuwe weg, met een meer uitgebreid concept. Wij jonge bonsai artiesten moeten niet bang zijn om met de traditie te breken, omdat het doel hetzelfde blijft. Als we dat niet doen zullen onze bonsai evolueren als een wetenswaardigheid, niet als een kunstvorm.... Omdat we met de eeuwen oude traditie breken zouden onze bonsai wellicht niet erg aantrekkelijk lijken. Wellicht begrijpen de critici dan niet dat de breuk (met de oude traditie en regels) alleen over de vorm gaat, maar niet de substantie, omdat de geest in het ontwikkelen van bonsai blijft: deugd, schoonheid en vrede.”

Luis Fontanills zei: “Wat ik aantrekkelijk vind in Kimura’s werk … is zijn beeldhouwwerk. (hij heeft ook werken geproduceerd in de klassieke stijl). Ik heb wel binding met zijn levende beelden, en ik vind zijn late werken niet raar of vreemd; maar dat komt misschien omdat ik gewoon ben met moderne kunst van kleins af. Hij heeft de grenzen van bonsai verlegd. Hij heeft een nieuwe stijl ontwikkeld die expressionistisch en abstract genoemd kan worden. Wat we van buiten zien is veel doodhout en beweging. Wat we voelen is een enorme dynamiek en kracht. Hij heeft zeker een belangrijk aandeel in de avant-garde beweging in bonsai.

Dit stijltype is nu hier als een feit; het betekent echter niet dat de traditionele/klassieke stijl zal verdwijnen, het zal ermee verrijkt worden. De verrijking is trouwens wederzijds, want ook de nieuwe stijl zal verrijkt worden door de klassieke, traditionele stijl.